1. Home>
  2. Projecten>
  3. Marconi
Bekijk foto's

Marconi

Project in het kort

Doel:

Met het project Marconi wil de gemeente het stadscentrum van Delfzijl weer verbinden met de Waddenzee. Het op de zee gerichte karakter van de havenstad raakte verloren door grootschalige industrialisering in de tweede helft van de vorige eeuw. Nu krijgt de stad weer een nieuw gezicht, als toegangspoort naar het Werelderfgoed Waddenzee. Als onderdeel van het Programma Eems-Dollard 2050 richt het project Marconi-Buitendijks zich op de aanleg van een kwelderlandschap voor de kust. Doel is om de natuur te verbeteren door te zorgen voor een uitbreiding van leefgebieden voor dieren en planten, zoals schorren en zilte graslanden. Daarnaast willen we het gebied vergroten waar slib kan bezinken.

Verwachte einddatum:

Najaar 2018

Locatie:

Delfzijl

wat we doen:

  • Het bestaande stadsstrand van Delfzijl wordt vergroot. Het is nu 0,7 hectare; dat wordt straks 2,3 hectare
  • Om het strand te kunnen vergroten wordt de zeedijk landinwaarts verlegd.
  • De nieuwe zeedijk krijgt een multifunctionele inrichting: het wordt een fiets- en wandelboulevard met verschillende recreatieve voorzieningen.
  • De Vennenflat verdwijnt. Tussen het stadscentrum en de dijk komt een voetgangers- en fietsersbrug te liggen. Die verbindt het centrum van Delfzijl met de boulevard en het vergrote strand.
  • Langs de Schermdijk en de Handelskade Oost wordt een kwelderlandschap en een broedvogeleiland aangelegd.

Het project Marconi Buitendijks is de eerste concrete uitwerking van het Programma Marconi. Klimaatverandering stelt nieuwe eisen aan de zeedijk door zwaardere stormen, hogere golven en zeespiegelstijging. Bodemdaling door de gaswinning en aardbevingsrisico leggen daar nieuwe eisen naast. De zeedijk tussen Delfzijl en de Eemshaven wordt bij Delfzijl 10 tot 15 meter breder en twee meter hoger dan de huidige dijk. De noodzakelijke verhoging neemt naar het noorden geleidelijk af en is vrijwel nul bij de Eemshaven. Bij het centrum van Delfzijl wordt de dijk  landinwaarts verlegd. Het bestaande stadsstrand wordt in oude glorie hersteld en vergroot van 0,7 tot circa 2,3 hectare.

Boulevard en strand

De nieuwe zeedijk wordt bij Delfzijl ingericht als een goed toegankelijke fiets- en wandelboulevard en een aantrekkelijke toeristisch-recreatieve verblijfsruimte: een multifunctionele kering. Het strand wordt deels verhoogd en er komen voorzieningen voor badgasten. Tussen het lage en het hoge deel van het strand komt een waterornament voor kinderen. De gemeente richt zich in de eerste plaats op wonen, winkelen, zorg en onderwijs. Ook het stadscentrum verandert. Het uitgaanscentrum en het winkelgebied worden ruimtelijk geconcentreerd en krijgen een  kwaliteitsimpuls

Centrumplan en Delfzijl

Als onderdeel van het Centrumplan komt er meer parkachtig groen en wordt de vroegere vestingsstructuur beter zichtbaar gemaakt. De Vennenflat van tien verdiepingen verdwijnt, waarmee vanuit het centrum een aantrekkelijke route naar de kust ontstaat: de strandloper. De  stationsomgeving wordt aangepakt en via aantrekkelijke routes verbonden met het centrum en de kering. Bestaande fiets- en wandelroutes langs, van en naar het centrum worden verbeterd en uitgebreid. Een nieuwe brug over industriespoor en ringweg laat voetgangers en fietsers veilig bewegen tussen centrum en strand. Op het grensvlak van  Delfzijl en de Waddenzee maken nieuwe voorzieningen een plezierig verblijf mogelijk. De bereikbaarheid, beleefbaarheid en zichtbaarheid van het werelderfgoed Waddenzee wordt hiermee vergroot.

De hele zeedijk tussen Delfzijl en de Eemshaven wordt verbeterd  en toekomstbestendig gemaakt. Het wordt een Rijke Dijk die – vooral aan de kant van de Waddenzee – ook een functie krijgt voor de natuur. Een Rijke Dijk verbindt land en zee. Hij biedt onder aan de dijk, in de  ooroever,  leefruimte voor zeeleven en vogels. Beneden de hoogwaterlijn ontstaat een meer natuurlijke overgang tussen land en water die het vogel- en waterleven verrijkt. Door meer ruimte te bieden voor de natuur is de zeedijk ook aantrekkelijker voor recreanten.

Een Rijke Dijk

Voorbeelden van die ruimte voor natuur zijn de aanleg van een ‘palenbos’ op een steenworp afstand van de kust. Ook hoogwatervluchtplaatsen voor vogels op de strekdammen en getijdenpoelen onderaan de dijk de dijk maken de overgang tussen land en water aantrekkelijker. Gelijktijdig met Marconi spelen er in de Eemsdelta verschillende andere innovatieve initiatieven voor veiligheid en natuur. Zo krijgt de zeekering ten zuiden van de Eemshaven de vorm van een Dubbele Dijk met daartussen zilte teelten, komt daar een vogeleiland en wordt toepassing van slib voor de dijkbouw onderzocht met een kleirijperij.

In de wijk Kwelderland (Delfzijl-Noord) zijn nieuwbouwplannen  geschrapt en enkele leegstaande huizenblokken afgebroken. Ze maken ruimte voor wijkgroen en waterberging met natuurvriendelijke oevers. Vanuit de wijk komen er meerdere dijkovergangen naar de wadkant. De kruin van de dijk wordt goed toegankelijk voor wandelaars en fietsers en op enkele plaatsen ingericht met windluwe uitkijkpunten. Deze inrichting sluit aan bij bestaande provinciale initiatieven als Kiek over Diek, een fietsroute langs en over de dijk van Lauwersoog tot Nieuwe Statenzijl.

Delfzijl Noord

Het MuzeeAquarium dat tegen de oude dijk aan staat, wordt in de nieuwe, bredere kering geïntegreerd. Het museum gaat weer open in 2017. Voor kort verblijf komen er binnendijks tegen de kering camperparkeerplaatsen met voorzieningen. Direct voor de kust ligt een berg gips- en kalkafval van de sodaproductie: de Griesberg. Deze restproducten zijn tussen 1957 en 2009 legaal geloosd op de Eems. Met een geschat volume van 250.000 m3 bedekt de Griesberg 20 ha wadbodem. Een deel van de Griesberg valt droog bij eb. Het materiaal is sterk basisch en pasteus. Het is niet beloopbaar en er is vrijwel geen leven op mogelijk. Rijkswaterstaat begint in 2016 met het verwijderen van het gries. Het afgraven gaat ongeveer twee jaar duren. Naar verwachting kan het materiaal op de markt worden gebracht en worden hergebruikt.

Verwijderen Griesberg

Door het verwijderen van het obstakel dat de Griesberg vormt,  wordt de getijdenstroom in de Bocht van Watum niet langer gehinderd. Ook ontstaat in dit gebied weer een gezonde wadbodem met alle zeeleven dat daarop en daarin leeft. Langs de Oostelijke Handelskade en de  schermdijk wordt met lokaal gewonnen slib een kwelderlandschap aangelegd. In het oostelijke deel daarvan, een gebied van zo’n 15 ha, worden manieren onderzocht om kweldergroei te sturen en te  bevorderen. Hier ontstaan geleidelijk pionierkwelders door natuurlijke processen als getijdenwerking, sedimentatie, stroming, golfslag en erosie. Het westelijke deel van 17 ha krijgt in hoofdzaak een natuurfunctie. Het bestaat uit hoge en middenkwelders die toegankelijk zijn voor natuurgerichte recreatie en educatie.

Kwelderlandschap

Te voet is het westelijke deel van de kwelder bereikbaar vanaf  het strand en via de dijk. Aan de rand van de kwelder komt een vogeleiland van ruim 2 ha. Hier voelen de zomergasten visdief en noordse stern zich goed thuis en kunnen ze rusten en broeden. Het eiland van zand en schelpen wordt alleen in het stormseizoen overspoeld, maar blijft door het zoute water onbegroeid. De activiteit op het vogeleiland is van een afstand te zien vanuit een kijkhut op de kwelder. Door het ontbreken van goede broedgelegenheid staan de populaties van visdief en noordse stern onder druk. Beide zomergasten zijn kolonievormende vogels die broeden op een onbegroeide bodem. Het vogeleiland biedt aantrekkelijke nestelgelegenheid zodat ze niet meer zijn aangewezen op grinddaken of braakliggend terrein in de omgeving. Voor de kust bij de Eemshaven komt een vergelijkbaar vogeleiland. Het grootste deel van het materiaal dat voor beide eilanden nodig is komt vrij bij het verruimen van de vaarweg van de Eemshaven naar de Noordzee.

Vogeleiland

De vaarweg van Lemmer naar Delfzijl is tot aan de zeesluis bij Delfzijl geschikt voor de tweebaksduwvaart met vier lagen containers. Zo’n combinatie heeft een totale lengte van ongeveer 190 meter. De zeesluis uit 1958 kan momenteel slechts schepen en vaarcombinaties schutten tot  een lengte van 146 meter. De toekomst van de zeesluis is onderwerp van een pilotproject voor de ‘Vervangingsopgave Natte Kunstwerken’. Het vervangen van de zeesluis is een wens van de regio. Bekeken wordt of de noodzakelijke vervanging in de tijd naar voren te halen is.

Vervangen zeesluis

Een langere en bredere sluis kan met nieuwe technieken de zoutindringing beter tegengaan en een grote beperking van de zoutlast opleveren. Daardoor is minder IJsselmeerwater nodig om het Eemskanaal door te spoelen. De doorgang naar Duitsland wordt mogelijk voor de  Tweebaksduwvaart zonder los te koppelen en afzonderlijk te schutten en Groningse werven kunnen grotere schepen bouwen. Na het terugbrengen van de sluis in het Oude Eemskanaal kan de recreatievaart via een eigen route, gescheiden van de beroepsvaart, de recreatiehaven bij het centrum van Delfzijl bereiken.

Het Oude Eemskanaal verloor na de bouw van de grote zeesluis in 1958 zijn functie voor de scheepvaart. Tegenwoordig eindigt dit kanaal in een spui, die bij laagwater het water van de Eemskanaalboezem doorlaat. Als die spuicapaciteit ontoereikend is, wordt ook via de grote zeesluis  gespuid. Als door hoog water beide ‘natuurlijke’ spuimogelijkheden niet bruikbaar zijn, kan gemaal Rozema bij Termunterzijl worden ingezet. Spuien in het havengebied is voor de scheepvaart hinderlijk. Uit het oogpunt van veiligheid is het beter om beroeps- en recreatievaart te  scheiden.

Sluis recreatievaart

De wens bestaat om de recreatievaart via een aantrekkelijke  en veilige route rechtstreeks naar het centrum van Delfzijl te leiden. Dat kan door op termijn de vroegere schutsluis in  het Oude Eemskanaal in ere te herstellen, de beroepsvaart te schutten in de grote zeesluis, en dan de huidige spui te verleggen naar een plek buiten het Zeehavenkanaal. De mogelijkheden voor een nieuwe spuilocatie bij de Pier van Oterdum zijn onderzocht. Zo’n spui blijkt goed te combineren met een zoet-zoutovergang met vispassage en binnendijkse natuur. Vier boezemgebieden, elk  met een eigen boezempeil, lozen hun water in en bij Delfzijl:

  • de Fivelingoboezem via boezemgemaal ‘De Drie Delfzijlen’ in het Damsterdiep,
  • de Eemskanaalboezem via de spui in het Oude Eemskanaal en zo nodig ook via de Zeesluis,
  • de Duurswoldboezem via het Afwateringskanaal,
  • de Oldambtboezem via het Termunterzijldiep. Bij onvoldoende spuicapaciteit kan ook gemaal Rozema via het Verbindingskanaal water van de Eemskanaalboezem uitslaan.

Afwatering boezems

Zodra de spui in het Oude Eemskanaal een schutsluis voor de recreatievaart wordt, moet de Eemskanaalboezem elders kunnen spuien. Een optie is dan het aanleggen van een spuikanaal bij de Pier van Oterdum. Een daar op termijn nieuw te bouwen spui is te combineren met een zoet-zoutovergang met een vispassage.

Dijken en sluizen maakten een eind aan de natuurlijke en geleidelijke overgang tussen het zoute water in de Waddenzee en het zoete water van beken en rivieren. Verschillende vissoorten zijn echter voor hun voortbestaan afhankelijk van de trek tussen zoet en zout water, tussen hun  leefgebied en hun paaigebied. paling is een van de vissen die naar zee trekt om zich voort te planten, terwijl rivierprik en driedoornige stekelbaars daarvoor juist vanuit zee de rivieren op trekken. Een spui met vispassage en zoet-zoutnatuur bij de Pier van Oterdum zou de huidige spui in het Oude Eemskanaal kunnen vervangen.

Spuizone en vispassage

In combinatie met een vispassage levert deze spuizone een grote bijdrage aan de waddennatuur. Een vispassage met een geleidelijke zoet-zoutovergang maakt het voor trekvissen mogelijk de dijk te passeren. Via een binnendijkse brakke zone kan de driedoornige stekelbaars zijn weg vinden. Zo’n overgangszone is ook aantrekkelijk voor de lepelaar die graag zijn jongen voedt met stekelbaars. In de ‘elleboog’ van de dijk kan zich een kweldergebied ontwikkelen.

De beoogde nieuwe spuizone ligt direct ten oosten van het industriegebed Oosterhorn, in het deel van de Groote Polder  dat in bezit is van Staatsbosbeheer en Groningen Seaports. De gemeente Delfzijl is eigenaar van de rest van de Groote Polder. Het Groninger Landschap neemt daarvan het beheer over. De beide delen van de Groote Polder vormen samen een waardevol binnendijks overgangsgebied tussen zoet en zout. Dat versterkt de natuur van de Eemsdelta en maakt het gebied aantrekkelijker voor de natuurgerichte recreatie.

Grote polder

Het Groninger Landschap neemt ook het beheer van de Kleine Polder over van de gemeente Delfzijl. Dit gebiedje ligt direct ten oosten van gemaal Rozema. Het maakt de kustzone aantrekkelijk voor natuurgerichte recreatie en versterkt de natuur van de Eemsdelta vanaf Oosterhorn, via de Punt van Reide, tot de Breebaartpolder langs de Dollardkust.

Omdat we ons realiseerden dat we de problematiek van de Eems-Dollard alleen met elkaar kunnen aanpakken, hebben we nu het programma ED2050. Voor mij zit alles hierin: samenwerking, waterkwaliteit en natuur, leefomgeving èn circulaire economie. Van bagger via dijk en bouwsteen naar een gezond estuarium!

Elze Klinkhammer, directeur Rijkswaterstaat Noord

Terug naar het projectenoverzicht

contactpersoon

Heeft u een vraag over dit project of interesse om aan te sluiten? Neem dan contact op:

Jornand Veldman

projectleider Marconi Delfzijl

06-46716829

handige documenten

Project Marconi

Download application
Meer documenten

Stel een vraag

Interessante verhalen en artikelen