Home » Onderzoek naar slib in Eems-Dollard-estuarium

04 juli 2024

Onderzoek naar slib in Eems-Dollard-estuarium

In opdracht van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) heeft Deltares sinds 2009 veel kennis ontwikkeld over de slibhuishouding in het Eems-estuarium. Het rapport ‘De slibdynamiek in het Eems-estuarium’ biedt een overzicht van de kennis die er op dit gebied bestaat. Ook worden aanbevelingen voor verder onderzoek en goed onderbouwde oplossingen voor de hoge slibconcentratie in het Eems-estuarium.

De slibconcentratie is vermoedelijk vooral in de 20e eeuw toegenomen. Metingen uit de periode 1950 – 1990 laten een toename zien maar deze metingen zijn niet consistent uitgevoerd en de veranderingen kunnen daarom ook niet statistisch worden getoetst. Tussen 1990 en 2011 is de slibconcentratie in het Eems-estuarium verder (en statistisch significant) toegenomen, maar sinds 2012 gestagneerd in de Dollard en het middengebied (met uitzondering van de sedimentconcentraties in de Dollard in de winter – deze blijven toenemen). In de Bocht van Watum en in het buitengebied is de slibconcentratie zelfs licht afgenomen sinds 2012. Over de hele periode 1990 – 2020 is de toename van de jaargemiddelde slibconcentraties niet meer statistisch significant.
Naast langjarige trends vertonen de slibconcentraties op bijna alle meetpunten in het hele Eems-estuarium grote fluctuaties, vergelijkbaar met patronen in andere Nederlandse kustwateren en de Waddenzee. Deze variaties zijn nog niet verklaard, maar zijn waarschijnlijk gekoppeld aan grootschalige natuurlijke processen, zoals meteorologie.

Oorzaken
Het onderzoek heeft uitgewezen dat de belangrijkste oorzaken van de hoge slibconcentratie zijn: de veranderingen in de bodemligging in de afgelopen eeuw, met name als gevolg van vaargeulverdiepingen in Nederland en Duitsland, en de sterke ruimtelijke inperking van het Eems-estuarium. Door te diepe (vaar)geulen wordt slib makkelijk naar binnen getransporteerd. Door te weinig intergetijdengebieden wordt het aangevoerde slib niet voldoende ingevangen en vastgelegd. Daarnaast leiden zowel de diepe vaargeulen als het verlies aan intergetijdengebieden tot een verminderde demping van het getij, waardoor ook meer slib vanuit zee kan worden aangevoerd. Tenslotte is in de afgelopen eeuw ook de aanvoer van slib vanaf de Waddenzee en de Noordzee naar het Eems-estuarium waarschijnlijk toegenomen als gevolg van de grootschalige afsluitingen in de Waddenzee (Zuiderzee en Lauwerszee).

Interactie tussen Eems-rivier en Eems-estuarium
De meetcampagne die in 2018-2019 samen met Duitsland is uitgevoerd (‘EDoM’) heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Zo is gebleken dat bij normale afvoer het Vaarwater naar Emden vermoedelijk slib naar het estuarium exporteert. Slib wordt dan vanaf de Dollard aangevoerd over de Geiseleitdamm. In periodes met hoge afvoer, als de zoutgedreven stromingen sterker worden, wordt er mogelijk wel slib geïmporteerd, via het Vaarwater naar Emden, de Eemsrivier in. Met de data uit de meetcampagne kunnen de complexe sedimenttransporten rondom het Vaarwater naar Emden beter begrepen worden.

Oplossingen voor de hoge troebelheid
Door de bovenbeschreven verkregen inzichten in de (natuurlijke) processen is het duidelijk geworden dat oplossingen voor de hoge troebelheid vooral moeten worden gezocht in het creëren van bezinkplaatsen voor slib (binnendijks en buitendijks) en in het onttrekken van slib uit havens en vaargeulen (door het aan land te brengen of ver op de Noordzee te verspreiden).

Sedimentatie en onttrekking in tonds
Om het effect van slibonttrekking op de troebelheid te voorspellen, is het belangrijk te weten hoeveel slib er jaarlijks in het estuarium bezinkt of wordt onttrokken. In de Bocht van Watum is sinds het begin van de 20e eeuw ongeveer een half miljoen ton droge stof (tonds) slib per jaar afgezet. Daarnaast bezinkt ook jaarlijks veel sediment (ca 1 miljoen tonds) op het Emshornwad, op de overgang tussen het Eems-estuarium en de Duitse Waddenzee. Daarbovenop is in de periode 2016-2020 ongeveer een half miljoen ton/jaar meer uit de Eemsrivier onttrokken dan eerdere schattingen aangaven, namelijk in totaal ~2,5 miljoen m3 slib per jaar (ongeveer 1,25 miljoen tonds/j). Ook was eerder niet bekend dat er 1 miljoen slib op het Emshornwad bezonk. In totaal wordt er dus elk jaar 1,5 miljoen tonds slib per jaar onttrokken of afgezet èn in de periode 2016-2020 nog eens 1,25 miljoen tonds per jaar daarbovenop. Dit betekent ook dat de invloed van het onttrekken van slib op de troebelheid minder groot is dan eerdere studies suggereerden. Hierin werd berekend dat het voortdurend onttrekken van het in alle havens en vaargeulen sedimenterende slib op termijn zou leiden tot een verlaging van de troebelheid met ordegrootte 50%. Deze verlaging zal conform de nieuwe inzichten kleiner zijn. Wel is nog steeds de verwachting dat het langdurig onttrekken van 1 miljoen tonds/j op termijn tot een structurele verlaging van de slibconcentratie in het Eems-estuarium zal leiden.

Effect op de trilaterale Waddenzee
Het slib dat vanaf de Noordzee (netto) naar de trilaterale Waddenzee wordt aangevoerd, wordt afgezet op luwe plekken en op kwelders. Op de schaal van de trilaterale Waddenzee is er hierdoor geen overschot aan slib. Lokaal, zoals in het Eems-estuarium, is er wel een overschot aan slib. De vraag of onttrekkingen van slib aan het Eems-estuarium (om het overschot te verminderen) invloed hebben op de slibdynamiek in de gehele trilaterale Waddenzee en op het meegroeivermogen, is echter hiermee nog niet beantwoord.  Het is wel duidelijk is dat het effect op de trilaterale Waddenzee afhankelijk is van de grootte en de duur van onttrekken van slib. De onttrekkingen uit het Eems-estuarium en de invang van slib op kwelders (in tegenwoordig afgedamde gebieden, zoals de voormalige Zuiderzee, Lauwerszee en de Dollard) waren vroeger veel groter dan tegenwoordig. Het effect van de voorgenomen onttrekkingen vallen daarmee ruimschoots binnen de historische variatie van de beschikbaarheid van slib in de trilaterale Waddenzee. Inzicht in de historische fluctuaties in de kustlangse slibstroom en in de historische slibsedimentatie in het Eems-estuarium is van belang om de relatieve grootte van het effect van slibonttrekkingen in het Eems-estuarium goed in te kunnen schatten.”

Verhalen en artikelen over dit project