1. Home>
  2. Onze ambitie

Onze ambitie

Een ‘ecologisch streefbeeld’ voor de Eems-Dollard

De natuur in de Eems-Dollard is verstoord. In 2015 is een MIRT-onderzoek (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) gedaan: ‘Economie en Ecologie Eems-Dollard in balans’. Hieruit is een zogenaamd ‘ecologisch streefbeeld’ voortgekomen. In het ecologisch streefbeeld is beschreven welke ambitie het Programma Eems-Dollard 2050 nastreeft. Verschillende partijen werken samen aan projecten en maatregelen om deze ambitie te verwezenlijken.

Ecologisch streefbeeld, de ambitie

Het ecologisch streefbeeld voor de Eems-Dollard in 2050 is: een estuarium met passende dimensies en natuurlijke dynamiek, gezonde leefgebieden en geleidelijke overgangen, natuurlijke troebelheid en voldoende voedsel aan de basis van de voedselketen. Typische estuariumsoorten zoals fint, bot, zwarte ruiter en kluut voelen zich hier thuis.

We gaan hieronder dieper in op het ecologisch streefbeeld. Hoe ziet het Eems-Dollard gebied eruit als onze ambitie in 2050 bereikt is?

Passende dimensies en natuurlijke dynamiek

Er moeten altijd genoeg leefgebieden van goede kwaliteit zijn voor vogels, vissen en andere soorten. De vorm en de ligging van deze leefgebieden veranderen voortdurend door ‘afslag en aanwas’ van land door de werking van het water (met name geulen, platen en slikken). Deze natuurlijke processen worden zo min mogelijk belemmerd door menselijke ingrepen en constructies. Passende dimensies en natuurlijke dynamiek zijn ook de voorwaarden voor gezonde leefgebieden, geleidelijke overgangen tussen zoet en zout water en tussen land en zee, natuurlijke troebelheid en voldoende primaire productie.

Gezonde leefgebieden

Het totale oppervlak van de Eems-Dollard blijft minimaal even groot als het huidige oppervlak. Eeuwen lang is het estuarium vernauwd door inpoldering en het plaatsen van dijken en dammen. Dat komt tot stilstand. Ook de grootte van natte gebieden, zoals zandplaten en slikken blijft gelijk aan het huidige oppervlak. Ze vormen ongeveer de helft van het totale gebied (circa 29.000 hectare). Een slik is een droogvallende plaat in een getijdengebied. Slikken vallen droog bij laagwater en lopen onder water bij hoogwater.

Meer kwelders

De Eems-Dollard blijft een groot brak en slibrijk slikkengebied. Het gebied kent niet heel veel verschillende soorten dieren en planten. Maar soorten die zich er thuis voelen, zijn in grote aantallen aanwezig. Voorbeelden zijn schelpdieren als het nonnetje, vissen als bot en steur en vogels als zwarte ruiter en kluut. Zeegrasvelden en mosselbanken komen tot ontwikkeling in het middendeel (Hond-Paap). De oppervlakte aan natuurlijke kwelders (begroeide stukken land die direct aan zee liggen en die bij storm of extra hoog water onder water lopen) verdubbelt. Op deze brakke kwelders groeien planten zoals riet, fioringras, zulte en zeebies.

Geleidelijke overgangen

Geleidelijke overgangen tussen zoet en zout water en tussen land en water zijn essentieel voor de Eems-Dollard. Dit soort doorgaande geleidelijke verbindingen zijn een voorwaarde voor trekvissen zoals de fint, rivierprik en stekelbaars. Deze overgangsgebieden vormen ook een buffer voor grote afvoeren van zoet rivierwater. Daardoor hebben schelpdieren en vissen geen last van onnatuurlijk sterke schommelingen in het zoutgehalte.

Natuurlijk troebel

Het water van de Eems-Dollard wordt een stuk minder troebel dan het nu is. Het wordt niet helemaal helder, omdat dat niet bij het estuarium past. Met name in het middendeel (tussen Hond-Paap en Dollard) moeten er aanzienlijk minder slibdeeltjes in het water zitten dan in de huidige situatie. Dat is onder meer van belang voor de algenproductie, de basis van de voedselketen.

Natuurlijk herstel van het estuarium

In een natuurlijke situatie kan veel slib bezinken op uitgestrekte slikken en kwelders langs de randen van het estuarium. Daardoor blijft de troebelheid van het water beperkt. Er blijft op de kwelders en slikken steeds een beetje slib achter, waardoor deze gebieden langzaam hoger worden. Daardoor nemen de plekken waar slib kan bezinken af. In de natuur vindt van tijd tot tijd herstel plaats: een flinke storm slaat bestaande slikken en kwelders weg en voegt door overstromingen gebieden langs de randen toe. Op die manier ontstaan weer laaggelegen gebieden waar grote hoeveelheden slib kunnen bezinken.

Van extreem troebel water naar natuurlijke troebelheid

In de zoetwatergetijden-rivier de Eems is het water nu extreem troebel. Het moet minder troebel worden zodat trekvissen daar voldoende zuurstof hebben om door te zwemmen naar hun paaigebieden. In het minder troebele water vinden vissen ook meer voedsel. Dat is essentieel voor het ecosysteem van zowel het estuarium als de rivier. Natuurlijk processen zorgen ervoor dat geen sprake is van een extreem troebele zone. Hierdoor is de bodem minder glad en trekt de bij vloed het water minder snel de rivier op. Mogelijk neemt hierdoor ook de troebelheid in de Eems-Dollard af.

Voldoende voedsel aan de basis

Algen zijn als het ware ‘de motor’ van de voedselketen. Een voedselketen is een reeks van organismen die elkaar opeten; oftewel: hoe gaan voedingsstoffen en energie van de ene soort naar een andere binnen een ecosysteem. We streven naar een toename van algen in het water van de Eems-Dollard. In het middendeel van het estuarium, tussen Hond-Paap en de Dollard moeten meer zwevende algen komen. We streven naar een toename met zo’n 20-50%. Zo komt er meer voedsel voor zoöplankton, schelpdieren en vislarven, waar uiteindelijk grotere vissen, vogels en zeezoogdieren van profiteren. In de slibrijke Dollard gaat het niet zozeer om zwevende algen, maar vormen bodemalgen een rijke voedselbron voor wormen en andere bodemorganismen.

Adaptief verder werken

Het ecologisch streefbeeld voor de Eems-Dollard in 2050 wordt in de looptijd van dit programma op basis van nieuwe kennis en inzichten bijgesteld en aangescherpt. Het bereiken van de doelen van Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water zijn ook onderdeel van het ecologisch streefbeeld.

Altijd als eerste op de hoogte