1. Home>
  2. Dit willen we

Dit willen we

Het ecologisch streefbeeld voor de Eems-Dollard in 2050 is ons kompas bij het herstellen van de natuur. Hierbij betrekken we ook andere regionale opgaven, zoals leefbaarheid, economische ontwikkeling en omgaan met klimaatverandering.

Ecologisch streefbeeld

In 2050 voldoet het Eems-estuarium aan de doelen vanuit Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. De Eems-Dollard is dan een klimaatrobuust en veerkrachtig estuarium met passende dimensies en natuurlijke dynamiek, gezonde leefgebieden en geleidelijke overgangen, natuurlijke troebelheid en voldoende voedsel aan de basis van de voedselketen. Typische estuariumsoorten zoals de fint, bot, zwarte ruiter en kluut voelen zich hier thuis.

Klimaatrobuust en veerkrachtig

Het Eems-estuarium is in 2050 nog steeds van grote ecologische betekenis. Het gebied heeft klimaatveranderingen goed kunnen opvangen door de hoge mate van natuurlijke dynamiek, goede waterkwaliteit, verscheidenheid in leefgebieden en goede verbindingen met de omgeving.

Passende dimensies en natuurlijke dynamiek

Er zijn genoeg leefgebieden voor dieren en planten. De vorm en ligging van deze leefgebieden veranderen steeds door afslag en aanwas. Deze natuurlijke processen worden zo min mogelijk belemmerd door menselijk ingrijpen. De vernauwing van het estuarium door inpoldering, dijken en dammen komt tot stilstand. Door een zwakkere vloedstroom blijft minder slib in het estuarium achter. In binnendijkse leefgebieden blijft overtollig slib liggen en hoogt de kustzone zich op natuurlijke wijze op.

Gezonde leefgebieden

De Eems-Dollard blijft een groot brak en slibrijk slikkengebied. Dieren die zich er thuis voelen, zijn in grote aantallen aanwezig. Zoals het nonnetje, de bot, steur, zwarte ruiter, kluut, zeehond en bruinvis. Zeegrasvelden en mosselbanken komen tot ontwikkeling in het middendeel (Hond-Paap). De natuurlijke kwelders zijn groter en pionierkwelders komen tot ontwikkeling. Hier groeien riet, fioringras, zulte en zeebies. Wadvogels hebben voldoende plekken waar ze voedsel vinden, broeden en rusten.

(De tekst loopt door onder de infographic)

Geleidelijke overgangen

Er zijn weer geleidelijke overgangen tussen zoet en zout water, en tussen land en water. Dit is essentieel voor trekvissen zoals de fint, rivierprik en stekelbaars. De overgangsgebieden vormen ook een buffer voor grote afvoeren van zoet rivierwater. Daardoor hebben schelpdieren en vissen geen last van onnatuurlijk sterke schommelingen in het zoutgehalte. De natuurlijke overgang tussen dijk en Wad is terug met  buitendijkse kwelders en nieuwe natuur aan de voet van de dijk.

Natuurlijk troebel

De waterkwaliteit van het estuarium is in 2050 goed. Het water is nog steeds troebel, omdat dit bij een estuarium past, maar veel minder dan nu. Vooral het middendeel bevat minder slibdeeltjes, wat belangrijk is voor de algengroei. Door Duitse inspanningen is de Eems niet langer extreem roebel. Trekvissen hebben hierdoor voldoende zuurstof om via de Eems naar hun paaigebieden te zwemmen. Ook vinden ze meer voedsel in het water.

Voldoende voedsel aan de basis

Er zijn voldoende algen, de basis van de voeselketen. In het middendeel van het estuarium zijn meer zwevende algen. Zo komt er meer voedsel voor zoöplankton, schelpdieren en vislarven, waar grotere vissen, vogels en zeezoogdieren van profiteren. In de slibrijke Dollard vormen bodemalgen een rijke voedselbron voor wormen en ander bodemleven.