Home » Rob Sjouken telt vogels bij Dubbele Dijk: ‘Nu begint het pas echt’
Rob Sjouken telt vogels bij de Dubbele Dijk (foto Addo van der Eijk)

24 maart 2026

Rob Sjouken telt vogels bij Dubbele Dijk: ‘Nu begint het pas echt’

Rob Sjouken kent de vogelpopulatie van de Dubbele Dijk als geen ander. Al zes jaar lang, drie keer per maand, telt hij er de vogels. Met de opening van de getijdenduiker breekt een spannende tijd aan. ‘Ik ben benieuwd hoe de vogelstand hierop reageert. Ik verwacht soorten die zich snel aanpassen aan een nieuwe situatie, zoals de kluut en bontbekplevier. Maar je weet het nooit.’

Met Sjouken kijken we uit over de Dubbele Dijk. Geregeld pak hij zijn telescoop en verrekijker om de vogels te bekijken. ‘118 rotganzen’, telt hij in het zuidelijke deel van de Dubbele Dijk. Hij noteert ook wilde eenden, bergeenden, steenlopers en een enkele pijlstaart. Sjouken woont in Spijk, op een steenworp afstand van de Dubbele Dijk. ‘Als bewoner uit de omgeving vind ik dit gebied absoluut een aanwinst. Ik kom hier graag.’

Fervent vogelaar

Al vanaf 1973 is Sjouken een fervent vogelaar. Bijna om de dag is hij ergens langs de Groninger kust te vinden. Over de Dubbele Dijk las hij in het plaatselijke krantje. ‘Ik ben verliefd op kwelders en dacht meteen: dat is interessant om te volgen. Ik wil hier een relatie leggen tussen de veranderingen in het terrein en de vogelpopulatie.’ Uit eigen beweging brengt hij sinds 2020 op gezette tijden de vogels in kaart. ‘Ik kom hier minstens drie keer per maand. Vorig jaar, in 2025, deed ik 42 tellingen. Daarnaast breng ik de broedvogels in kaart met een specifieke SOVON-methode.’ Elk jaar schrijft hij een lijvig rapport. Het laatste rapport meldt een lijst van maar liefst 172 vogelsoorten. Als bijzondere waarneming noemt hij de oehoe. Sjouken wijst naar de nieuwe getijdenduiker. ‘Hij zat daar op die granieten blokken. Echt spectaculair, een enorm groot beest. Speciaal vond ik ook de vijf zwarte ibissen die hier twee dagen verbleven.’

Kleine plevier

Sjouken heeft het gebied zien veranderen: eerst akkerbouw, daarna de versterking van de zeedijk en vervolgens vanaf 2020 de realisatiefase van de inlaatduiker. ‘Er is hier gebouwd, maar het terrein lag ook lange tijd braak. Vogels reageren op veranderingen. Ze passen zich aan. De akkervogels verdwenen en de ganzen en steltlopers kwamen als belangrijke nieuwkomers. Ze vonden hier vooral rust.’ Zelfs bouwactiviteiten trekken specifieke soorten aan. Sjouken noemt ze de pioniers, de opportunisten. ‘Op het bouwterrein bij de getijdenduiker broedde vorig jaar een paar kleine plevieren. Een prachtige vogel met een gele oogring.’

Spannende tijd

In februari ging de getijdenduiker voor het eerst open. In de testfase staat het zuidelijk deel van de Dubbele Dijk nog vol met Eemswater. Alleen één eiland steekt erbovenuit. Sjouken hoopt op meer variatie in de toekomst. ‘In zo’n waterplas broeden nauwelijks vogels. Het mooiste is als er een gevarieerde en dynamische kwelder ontstaat, met een fluctuerend peil, slikranden, kale delen en begroeide stukken. Dan verwacht ik opportunisten als kluut, kleine plevier en bontbekplevier. Het gebied heeft absoluut potentie als broedlocatie, mits de vogels hier veilig zijn voor predatoren en overstromingen.’ Voor Sjouken breekt een spannende tijd aan. Op de overgang naar zilte natuur heeft hij lange tijd gewacht. ‘Nu begint het voor mij pas echt. De komende vijf jaar blijf ik in elk geval tellen. Ik ben heel benieuwd hoe de vogelpopulatie gaat reageren.’

Rob Sjouken telt vogels bij de Dubbele Dijk (foto Addo van der Eijk)

Verhalen en artikelen over dit project