Home » Tussen weten en doen: dialoog over kennis en koers in Eems‑Dollard
Middendeel van de Eems met een deel van Hond-Paap op de voorgrond, Duitsland op de achtgrond en aan de rechterkant het Zeehavenkanaal en Marconikwelder.

04 februari 2026

Tussen weten en doen: dialoog over kennis en koers in Eems‑Dollard

Het interview met Katja Philippart in de vorige nieuwsbrief en het Dagblad van het Noorden roept vragen op. Philippart benadrukt daarin dat natuurherstel in het estuarium niet zonder verdere kennisontwikkeling kan en waarschuwt voor het opschalen van maatregelen zolang fundamentele vragen onbeantwoord blijven. Hoe kijken we daar vanuit het programma Eems-Dollard 2050 naar? ‘Leren en doen moeten hand in hand gaan.’

Eerst weten, dan doen

Philippart benadrukt in het interview dat kennis cruciaal is voor systeemherstel. De centrale aanname minder slib leidt tot helderder water, meer algen en daarmee herstel van de voedselketen, noemt zij niet vanzelfsprekend. Volgens haar wijzen nieuwe wetenschappelijke inzichten erop dat niet alleen licht, maar mogelijk ook de beschikbaarheid van voedingsstoffen de algengroei belemmert. Daarnaast plaatst Philippart vraagtekens bij grootschalige slibverwijdering. Waar het estuarium nu kampt met een sliboverschot, zou in de toekomst in de Waddenzee juist een slibtekort kunnen ontstaan. Het vermogen van de wadplaten om te kunnen meegroeien met de stijgende zee maakt voorzichtigheid geboden. Ook speelt mee dat met het slib ook voedingsstoffen uit het water verdwijnen. Haar pleidooi is helder: voorkom onomkeerbare ingrepen en organiseer een onafhankelijke wetenschappelijke begeleidingsgroep die kennis bundelt en het beleid blijft voeden.

Leren door doen

‘Het is goed dat anderen kritisch (blijven) kijken naar wat wij doen, omdat dat het programma alleen maar beter kan maken. Vanuit Eems‑Dollard 2050 onderschrijven we het belang van een wetenschappelijke adviesgroep en meer kennisontwikkeling, maar wel met een andere interpretatie van wat dat betekent voor de praktijk. De huidige situatie van het estuarium is ecologisch onhoudbaar en vraagt om actie. De Eems-Dollard is extreem slibrijk, met troebel water waarin natuurwaarden onder druk staan. Uit onderzoek weten we dat juist het terugstorten van baggerslib – de gangbare praktijk –een negatief effect heeft op de natuur. Daarom willen we dit slib voor een overzichtelijke periode van tien jaar aan land brengen en nuttig toepassen. Zo combineren we natuurherstel met toekomstbestendig maken van de kust’, zegt Frances Heijman, programmamanager van Eems-Dollard 2050 en secretaris van het netwerk Ecologie en Economie in Balans.  

Verantwoorde stap

De uitvoering van drie succesvolle ED2050-maatregelen gebeurt binnen het uitvoeringsprogramma Meegroeiende kust. De samenwerkingspartners willen tien jaar lang jaarlijks ongeveer één miljoen ton baggerslib (droge stof) aan land brengen en gebruiken voor versterking van de Dollarddijk en het ophogen van laaggelegen landbouwgrond. Een derde pijler is binnendijks meer ruimte realiseren voor estuariene natuur in combinatie met een groen-blauwe bufferzone tussen de industrie van Oosterhorn en Borgsweer. ‘Deze periode van tien jaar zien we als een leerfase waarin we effecten monitoren. Uit eerdere ontwikkelingen in het estuarium weten we dat ecologische effecten in tien jaar zichtbaar kunnen worden. Op basis van de VLOED-onderzoeksresultaten, de ervaring bij Emden tussen 1954 en 1994 en onze gesprekken met deskundigen en kennisinstituten als de Waddenacademie vinden we dit een verantwoorde stap’, zegt Matthijs Buurman, programmamanager kustontwikkeling van de provincie Groningen.

‘Natuur en kust moeten beide bestand zijn tegen klimaatverandering’

Hij vervolgt: ‘Het klopt dat we nog niet alles weten over het estuarium. De vraag is hoe we daarmee omgaan. In een dynamisch en complex systeem als het estuarium zullen altijd onzekerheden blijven bestaan. Juist daarom is het nodig niet te blijven steken in analyse alleen. Door maatregelen te koppelen aan monitoring en onderzoek kunnen we kennis verdiepen en tegelijkertijd werken aan natuurherstel én klimaatadaptatie. Want niet alleen de natuur van de Eems-Dollard moet bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering, dat geldt ook voor de kust waar de Dollarddijk om versterking vraagt en laaggelegen akkers om ophoging.’

Nieuwe inzichten verder uitdiepen

De reacties op het interview met Katja Philippart laten zien dat het debat over de Eems‑Dollard gaat om de vraag hoe kennis, onzekerheid en urgentie zich tot elkaar verhouden. Philippart vraagt terecht aandacht voor nieuwe inzichten en kennislacunes. De programma’s Eems‑Dollard 2050 en Meegroeiende kust benadrukken dat leren en doen hand in hand moeten gaan. Of zoals Marco Glastra, directeur van Het Groninger Landschap en lid van de stuurgroep Ecologie en Economie in Balans, schrijft op Linkedin: ‘Alles overziend is het zeer belangrijk dat nieuwe inzichten verder worden uitgediept en een plek krijgen in het programma Eems-Dollard 2050. Dan kunnen we met een nog betere onderbouwing werken aan natuurherstel en een basis leggen voor een goede uitvoering van de Natuurherstelverordening.’

Hoe nu verder?

Met Katja Philippart, Bas van Maren en de Waddenacademie zijn we in gesprek over welke aanvullende onderzoeken nodig zijn. In de werkgroep Effectanalyse, waar zij deel van uitmaken, is afgesproken te gaan onderzoeken in hoeverre voedingsstoffen bepalend zijn voor de algengroei in de Eems-Dollard. Ook interessant is te onderzoeken wat het ‘meegroeivermogen’ van de Waddenzee is in relatie tot een natuurlijker ingerichte kustzone. Beide voorstellen worden besproken door de stuurgroep Ecologie en Economie in Balans. Tegelijkertijd gaat de voorbereiding van de uitvoering van het programma Meegroeiende kust verder. Onderdeel hiervan is het opstellen van een monitoringplan.

Verhalen en artikelen over dit project